Gaume Tourisme: vers la page d'accueil







 


Cultuur: Schilders en beeldhouwers

Bij de schilders hebben de meest klassieke kunstenaars interessante, zij het weinig opvallende werken nagelaten. Zo schilderde Jean-Louis Gilson (1741-1809; als geestelijke broeder Abraham van Orval) religieuze onderwerpen, had Félicien Jacques (1866-1919) belangstelling voor het landelijke leven (werk op het veld, inrichting van huizen en kerken), en liet Albert Watrin (1840-1909), van Franse origine, ons landschappen in waterverf.

De echte vernieuwer was aquarellist, humoristisch tekenaar (vooral in Parijs), olieverfschilder en schrijver Nestor Outer (1865-1930). Aan zijn uitgebreid oeuvre wijdde de Stichting Kellydom (Virton) in 2001 twee boekdelen, waarin bijzondere aandacht werd geschonken aan de regionale landschappen en de doeken waarvoor de kunstenaar zijn inspiratie vond in de landen rond de Middellandse Zee of in de tragische gebeurtenissen van 1914. Eén van de leerlingen van Outer was Camille Barthélémy (1890-1961), een groot landschapschilder die zowel Vlaanderen (Mechelen, Brugge) als Luxemburg en West-Frankrijk in zijn werk weergaf. Barthélémy liet ook een aantal gouaches en etsen (kerken, kastelen) na.

Vervolgens kwam Marguerite Brouhon (1922), schilderes van innerlijke dromen en van het verlangen naar de kindertijd, met haar obsessie rond de doodsgedachte. Nadat zij gedurende lange tijd in verschillende Brusselse galerieën exposeerde, kwam zij terug om zich in Virton te vestigen.

De uit Doornik afkomstige Jean Lejour (1913-1990) is een aquarelschilder die lange tijd kleurrijke en levendige landschappen schilderde (meestal op basis van schetsen die hij van zijn reizen meebracht), voor hij op het einde van zijn leven de symbolische toer op ging. Pierre Chariot (1929), die zijn atelier in Brussel heeft ondergebracht, is eveneens een aquarellist met lichte penseelvoering, die er bijzonder goed in slaagt de in nevels gehulde sfeer en landschappen van de Ardennen en Schotland weer te geven. (Aan hem werden in 1999 twee postzegels gewijd.)

Nog meer kunstenaars kozen voor de aquareltechniek: Jacques Jacob, Rosemary Demazy (1945) (kleurrijke weelde van schitterende boeketten), Josée Rochus-Kraus (1943), een landschapschilder die in zijn werk ook dromen en fantasie toelaat, Alain Baudson (1963, leerling van Pierre Chariot), die bijzondere aandacht heeft voor details, en Roger Joiris (1946), terwijl Jean-Benoît Dominicy (1964) zich heeft gespecialiseerd in het vluchtig weergeven van jazzmuzikanten of circuslui aan het werk.
Nadat hij lange tijd met keramiek was bezig geweest en talrijke mozaïeken op zijn naam had geschreven, die de gevels van de Gaumse woonhuizen opluisteren, kwam ook Ernest Bernardy (1923-2000) op het einde van zijn leven bij de waterverf, en meer nog bij de olieverf terecht: zijn impressionistische landschappen, vaak beïnvloed door de Provence, kenden een waar succes. Guy Ducaté (1936), landschap- en portretschilder, structureert zijn werk op kubistische manier. Van zijn kant geeft Yvon Angé (1934), ook ooit nog pottenbakker geweest, met krachtige lijnen landschappen weer, tenzij hij voor de ecoline kiest.

Bij de jongere kunstenaars hebben we Dominique Collignon (1959), een erg talentvol schilderes met een inventief en fantasierijk oeuvre, Gérard Gribaumont (1951), een groots landschapschilder, en Daniel Hoffman (1958), met magische en surreële visies. Blandy Mathieu (1940) neemt een aparte plaats in: haar werk is erg uiteenlopend, degelijk, rijk aan materiaal en gekenmerkt door een grote zin voor creativiteit. André Wargny (1941-1999), haar echtgenoot, was een sentimenteel schilder die voor zijn doeken allerlei blauwtinten gebruikte.

Bij de tekenaars kennen we Serge Bonnet (1952-1998), te vroeg gestorven om zijn onrustig talent ten volle tot ontwikkeling te laten komen, Jean-Claude Servais (1956), auteur en illustrator van stripverhalen, Jean-Pierre Evrard (1953), bijzonder bedreven met kleurpotloden, Maurice Naveau (1917-1999), die heel wat tekeningen met Chinese inkt maakte (de Gaume, Spanje) en misschien zijn waar talent voor schilderijen met olieverf niet kende, en Dominique Jacquemin, gekend voor zijn perstekeningen en karikaturen.

Erg diverse talenten zijn ook die van Noëlle Verheggen (1928), dankzij haar nauwkeurigheid uitstekend ontwerpster van surrealistisch aandoende sferen, Jean Morette (1936), schilder, oorspronkelijk beeldhouwer, en nu woonachtig in de omgeving van Philippeville, Jacqueline Hue (1943), die een schilderschool leidt in Virton, Jean-Pierre Gallez (1942), zeeschilder, Nadine Calandre (1951), landschapschilderes en glasgraveerster, Christiane Gillardin (1947), Jean-Marie Peignois, door Marie Howet aangemoedigd autodidact, die met krachtige lijnen overvloedige landschappen schildert, Michel Barthélémy (1943, verwant aan Camille Barthélémy), die in een denkbeeldige wereld werkt, Renée Meurice (1946), Nicole Colin, Georges Clausse, enz.

Ook bij de beeldhouwers dringen enkele namen zich op: Fernand Tomasi (1934), die graag "ten strijde" trekt tegen enorme materialen en zowel met steen als marmer werkt, Jean-Pol Deller, die erg inventief met marmer omspringt, en Albert Gatez (1927-1999), die eerst schilder en zelfs pottenbakker was voor hij zich specialiseerde in het solderen van metalen platen, een echte innovatie voor de regio. Vermeldenswaard zijn verder ook André Bazzoni (1929), eveneens schilder, Raymond Clausse, Goffinet (1935), enz.

Tekst van Georges Jacquemin

>> Cultuur Schilderss - Kunstgalerieën - Kerken - Musea




Frère Abraham
Frère Abraham "Calvaire"

Nestor Outer
Nestor Outer
"Marais de la Semois à Sainte-Marie sur Semois"

Alain Baudson
Alain Baudson
"Meix-devant-Virton"

Bernardy
Ernest Bernardy
"Eglise de Jamoigne"


[ Auberge de la Vallée ] [ Aux Comtes de Chiny ] [ Château Latour ] [ Hotel de France ] [ Hostellerie St.Cécile ]
[ Le "Bercail" ] [ Le Nid d'Izel ] [ Le Point de Vue ] [ Le Prieuré des Conques ]

[ Geografie ] [ Geschiedenis ] [ Culutur ] [ Sporten ] [ Evenementen ] [ Links ] [ Toerisme ]